Is het die of dat tanden?

die tanden

Het is die tanden, dus niet "dat tanden".

Voorbeeld: Die tanden zijn wit.

Aanwijzend voornaamwoord: die tanden

Bij het woord tanden gebruik je het aanwijzend voornaamwoord die. Omdat tanden een meervoudsvorm is, kies je altijd voor die — net zoals bij elk ander meervoudig zelfstandig naamwoord in het Nederlands.

Voorbeeldzinnen

  • Die tanden moeten écht gepoetst worden!
  • Die tanden in de etalage van de tandarts zagen er eng uit.

Verschil met deze

Gebruik je die tanden, dan verwijs je naar iets dat verder weg is — in ruimte of gedachte. Staat iets dichtbij je, dan kies je voor deze tanden. Vergelijk: "Deze tanden in mijn mond doen pijn" (dichtbij) versus "Die tanden daar op tafel zijn van de tandarts" (verder weg). Het verschil tussen die/deze werkt precies hetzelfde als tussen dat/dit bij enkelvoudige het-woorden.