Is het die of dat tafel?

die tafel

Het is die tafel, dus niet "dat tafel".

Voorbeeld: Die tafel is van hout gemaakt.

Het aanwijzend voornaamwoord bij "tafel"

Bij het woord tafel gebruik je het aanwijzend voornaamwoord die, dus die tafel. Dit komt omdat "tafel" een de-woord is (mannelijk of vrouwelijk), en bij de-woorden gebruik je die als aanwijzend voornaamwoord. Het woord dat hoort bij het-woorden (onzijdig).

Voorbeeldzinnen

  • Kun je die tafel aan de kant schuiven?
  • Die tafel is te groot voor deze kamer.

Verschil met deze en dit

Naast die en dat bestaan ook deze en dit. Het verschil zit in de afstand:

  • Die en dat wijzen naar iets dat verder weg is.
  • Deze en dit verwijzen naar iets dat dichtbij is.

Dus je zegt die tafel als de tafel verder weg staat, en deze tafel als hij dichtbij is.