Is het die of dat kraan?

die kraan

Het is die kraan, dus niet "dat kraan".

Voorbeeld: Die kraan lekt.

Aanwijzend voornaamwoord: die kraan

Waarom "die" en niet "dat"?

Bij het woord kraan gebruik je het aanwijzend voornaamwoord die. Dat komt omdat kraan een de-woord is, en bij de-woorden hoort altijd die (niet dat, dat gebruik je bij het-woorden).

Voorbeeldzinnen

  • Die kraan lekt al weken — we moeten hem eindelijk laten repareren.
  • Zie je die kraan daar aan de overkant? Daar moet je zijn voor het water.

Dichtbij of ver weg?

Die en dat gebruik je als iets wat verder weg staat of al eerder werd genoemd. Staat iets vlakbij of wijs je er op dit moment naar? Dan kies je voor deze (de-woorden) of dit (het-woorden). Dus: deze kraan (hier, vlakbij) tegenover die kraan (daar, verder weg).