Is het die of dat telefoon?

die telefoon

Het is die telefoon, dus niet "dat telefoon".

Voorbeeld: Die telefoon rinkelt.

Het aanwijzend voornaamwoord bij "telefoon"

Bij het woord telefoon gebruiken we het aanwijzend voornaamwoord die. Dit komt omdat "telefoon" een de-woord is (mannelijk of vrouwelijk), en bij de-woorden hoort "die" als aanwijzend voornaamwoord. We zeggen dus die telefoon, niet dat telefoon.

Voorbeelden

  • Kun je die telefoon aan mij geven?
  • Die telefoon ligt op tafel.

Verschil tussen die/dat en deze/dit

Die en dat wijzen naar iets wat verder weg is, terwijl deze en dit iets dichtbij aangeven. Voorbeeld:

  • Die telefoon ligt op de kast (verder weg).
  • Deze telefoon ligt op mijn bureau (dichtbij).