Is het die of dat taxi?

die taxi

Het is die taxi, dus niet "dat taxi".

Voorbeeld: Die taxi wacht buiten.

Aanwijzend voornaamwoord: die taxi

Bij het woord taxi gebruik je het aanwijzend voornaamwoord die. Dat komt omdat taxi een de-woord is, en bij de-woorden hoort altijd die (niet dat, dat gebruik je bij het-woorden).

Voorbeeldzinnen

  • Die taxi rijdt veel te snel!
  • Zie je die taxi daar aan de overkant? Die moeten we hebben.

Veraf of dichtbij?

Let ook op het verschil tussen die en deze:

  • Die taxi – de taxi staat verder weg van de spreker.
  • Deze taxi – de taxi staat dichtbij de spreker.

Hetzelfde geldt voor het-woorden: dat voor veraf, dit voor dichtbij. Zo weet je altijd precies welk woord je nodig hebt! 🚕