Is het die of dat stof?

die stof

Het is die stof, dus niet "dat stof".

Voorbeeld: Die stof is zacht.

Aanwijzend voornaamwoord: die stof

Bij het woord stof gebruik je het aanwijzend voornaamwoord die. Dat komt doordat stof een de-woord is, en bij de-woorden hoort altijd die (niet dat).

Voorbeeldzinnen

  • Die stof is veel te dik voor een zomerjurk.
  • Waar heb je die stof gekocht? Hij ziet er prachtig uit!

Dichtbij of verder weg?

Let ook op het verschil tussen die/dat en deze/dit:

  • Die stof – de stof is verder weg (of je wijst er op afstand naar)
  • Deze stof – de stof is dichtbij, bijvoorbeeld in je handen

Kort gezegd: gebruik deze/dit voor iets dichtbij, en die/dat voor iets verder weg.