Is het die of dat spierweefsel?
dat
spierweefsel
Het is dat spierweefsel, dus niet "die spierweefsel".
Voorbeeld: Dat spierweefsel is beschadigd.
Aanwijzend voornaamwoord: dat spierweefsel
Waarom dat?
Bij het woord spierweefsel gebruik je het aanwijzend voornaamwoord dat. Spierweefsel is een het-woord (onzijdig), en bij onzijdige woorden hoort dat in plaats van die.
Voorbeeldzinnen
- Dat spierweefsel herstelt langzaam na een blessure.
- De arts onderzocht de schade: "Dat spierweefsel is ernstig aangetast."
Verschil met dit
Gebruik je dat spierweefsel als je verwijst naar iets wat verder weg is (in afstand of in de tekst). Wijs je naar iets wat vlakbij is, dan zeg je dit spierweefsel. Hetzelfde onderscheid geldt voor die (verder weg) en deze (dichtbij) bij de-woorden.