Is het die of dat schoen?
die
schoen
Het is die schoen, dus niet "dat schoen".
Voorbeeld: Die schoen past goed.
Het aanwijzend voornaamwoord bij "schoen"
Bij het woord schoen gebruik je het aanwijzend voornaamwoord die, omdat schoen een de-woord is (mannelijk of vrouwelijk). Het woord die verwijst naar iets verder weg in afstand of in het gesprek. Daarom zeggen we bijvoorbeeld die schoen en niet dat schoen.
Voorbeelden
- Kun je die schoen daar pakken?
- Die schoen is veel te klein voor mij.
Verschil met "deze" en "dit"
Het verschil tussen die/dat en deze/dit zit vooral in de afstand. Die en dat gebruik je voor iets wat verder weg is, terwijl deze en dit juist iets dichtbij aanduiden. Bijvoorbeeld:
- Deze schoen hier is nieuw. (dichtbij)
- Die schoen daar is oud. (verder weg)