Is het die of dat plan?
dat
plan
Het is dat plan, dus niet "die plan".
Voorbeeld: Dat plan is klaar.
Het aanwijzend voornaamwoord bij "plan": dat plan
Bij het woord plan gebruik je het aanwijzend voornaamwoord dat, dus dat plan. Dit komt omdat plan een het-woord is (onzijdig), en bij onzijdige woorden hoort het aanwijzend voornaamwoord dat in het enkelvoud.
Voorbeelden:
- Ik heb dat plan gisteren besproken.
- Dat plan lijkt me een goed idee om uit te voeren.
Verschil tussen die/dat en deze/dit
De woorden die en dat wijzen naar iets wat verder weg is, bijvoorbeeld iets wat je benoemt maar niet direct bij je hebt. Deze en dit gebruik je juist als je iets dichtbij hebt, in ruimte of tijd.
- Dat plan (verder weg, besproken plan)
- Dit plan (hier vlakbij, bijvoorbeeld een papieren plan op tafel)