Is het die of dat kind?
dat
kind
Het is dat kind, dus niet "die kind".
Voorbeeld: Dat kind speelt in de tuin.
Het aanwijzend voornaamwoord bij het woord "kind"
Bij het woord kind gebruik je het aanwijzend voornaamwoord dat, dus dat kind. Dit komt omdat kind een onzijdig woord is (het-kind), en bij onzijdige woorden hoort het aanwijzend voornaamwoord dat in enkelvoud.
Voorbeelden
- Dat kind speelt in de tuin.
- Ik zie dat kind elke dag op school.
Verschil tussen die/dat en deze/dit
De woorden die en dat gebruik je als je naar iets verwijst dat wat verder weg is, bijvoorbeeld in ruimte of tijd. Deze en dit gebruik je juist als iets dichtbij is.
- Die boom staat aan de overkant van de straat. (verder weg)
- Deze boom staat recht voor mijn huis. (dichtbij)