Is het die of dat gum?
dat
gum
Het is dat gum, dus niet "die gum".
Voorbeeld: Dat gum is op.
Aanwijzend voornaamwoord: dat gum
Bij het woord gum gebruik je het aanwijzend voornaamwoord dat. Dit komt omdat gum een het-woord is (het gum), en bij het-woorden hoort het aanwijzend voornaamwoord dat.
Voorbeeldzinnen
- Dat gum ligt op mijn tafel.
- Heb jij dat gum gisteren gebruikt?
Verschil met dit
Naast dat bestaat er ook dit. Het verschil zit in de afstand:
- Dat gum – het gum is verder weg van de spreker.
- Dit gum – het gum is dichtbij de spreker.
Hetzelfde geldt voor de-woorden: gebruik die voor iets verder weg en deze voor iets dichtbij. Onthoud dus: dat/dit bij het-woorden, die/deze bij de-woorden. 🎉