Is het die of dat deur?
die
deur
Het is die deur, dus niet "dat deur".
Voorbeeld: Die deur staat open.
Aanwijzend voornaamwoord: die deur
Waarom "die" en niet "dat"?
Bij het woord deur gebruik je het aanwijzend voornaamwoord die. Dat komt doordat deur een de-woord is, en bij de-woorden hoort altijd die (en niet dat, dat bij het-woorden hoort).
Voorbeeldzinnen
- Die deur is al de hele dag kapot.
- Kun jij die deur even dichtdoen?
Verschil met "deze deur"
Gebruik je die deur, dan verwijs je naar een deur die verder weg staat. Staat de deur vlakbij jou, dan zeg je deze deur. Hetzelfde geldt voor het-woorden: dat verwijst naar iets verder weg, dit naar iets dichtbij.