Is het die of dat brood?

dat brood

Het is dat brood, dus niet "die brood".

Voorbeeld: Dat brood is vers gebakken.

Het aanwijzend voornaamwoord bij "brood": dat brood

Bij het woord brood gebruik je het aanwijzend voornaamwoord dat, omdat brood een het-woord is en dat hoort bij woorden met het-woord geslacht. Dit betekent dat je zegt dat brood en niet die brood.

Voorbeeldzinnen:

  • Ik wil graag dat brood kopen.
  • Dat brood is vers en lekker.

Verschil met deze/dit

Die en dat wijzen naar iets dat verder weg is, terwijl deze en dit iets dichtbij aanduiden. Bijvoorbeeld:

  • Dat brood ligt op de tafel daar.
  • Dit brood ligt hier naast mij.