Is het die of dat balkon?
dat
balkon
Het is dat balkon, dus niet "die balkon".
Voorbeeld: Dat balkon is klein.
Aanwijzend voornaamwoord: dat balkon
Bij het woord balkon gebruik je het aanwijzend voornaamwoord dat. Dat klopt, want balkon is een het-woord, en bij het-woorden hoort dat (net zoals je zegt: het balkon).
Voorbeeldzinnen
- Dat balkon heeft een prachtig uitzicht op de gracht.
- Wie woont er in het appartement met dat balkon?
Verder weg of dichtbij?
Die en dat gebruik je als iets verder weg is. Is iets dichtbij? Dan kies je voor deze of dit. Vergelijk:
- Dichtbij: Dit balkon hier is van ons.
- Verder weg: Dat balkon daar is van de buren.