Is het die of dat bad?
dat
bad
Het is dat bad, dus niet "die bad".
Voorbeeld: Dat bad is vol.
Aanwijzend voornaamwoord: dat bad
Waarom "dat" en niet "die"?
Het woord bad is een het-woord, en daarom gebruik je het aanwijzend voornaamwoord dat. De eenvoudige regel: bij het-woorden gebruik je dat, bij de-woorden gebruik je die.
Voorbeeldzinnen
- Dat bad is veel te koud om in te stappen.
- Heb jij dat bad zelf schoongemaakt?
Verschil met "dit bad"
Gebruik je dat bad of dit bad? Dat hangt af van de afstand:
- Dat bad – het bad is verder weg van de spreker.
- Dit bad – het bad is dichtbij de spreker.
Kortom: die/dat wijzen naar iets op afstand, deze/dit naar iets dichtbij. Voor bad geldt dus: dat (ver) of dit (dichtbij).